Dit is aflevering 28 alweer van derde ronde LA. En we gaan het vandaag hebben over een sport die ik in ieder geval heel mooi vind en waar we het nog niet over hebben gehad. En we zijn ook op een plek waar we volgens mij ook nog niet over gesproken hebben. En dat is Montreal 1976. En waar gaan we het over hebben? We gaan het hebben over de Amerikaanse boksploeg, Rick.
Speaker BJa, maar dan gaan we eerst toch even terug naar een eerdere Olympische speler van 1960. Want in 1960 verdween er in Amerika een gouden boksmedaille naar de bodem van de Ohio River. De onderscheiding werd opzettelijk vanaf de Jefferson County brug in het water gegooid. De verantwoordelijke man voor dit gebaar heette toen nog Cassius Clay.
Speaker AJa, die naam kennen we natuurlijk, ja.
Speaker BKort na de Olympische Spelen van Montreal verdween er, opnieuw in Amerika, een gouden boksmedaille in de grond. In de nog losse aarde van een graf op het kerkhof van Clancove in New York. Het gat werd gegraven met dezelfde handen waarmee Howard Edward Davis, enkele dagen tevoren de Olympische bokstitel in het lichtgewicht had veroverd. Hoezeer men ook van Howard Davis zegt dat hij als bokser het evenbeeld is van Cassius Clay, Muhammad Ali, de reden waarom hij afstand deed van zijn gouden medaille, leek Echter in de verste verte niet op die van The Greatest. Het was lood met een laagje goud, dat reeds begon te slijten. Ik had die plek voor mijn ego niet langer nodig. Ik wilde de gouden centuur, behorend bij de wereldtitel de zwaargewichten. Die is echt en daar zitten diamanten en robijnen op. Ik voelde op dat moment dat alleen het allerhoogste mij nog zou kunnen bevredigen. Ja, en dan de uitleg van Howard Davis was heel wat minder pathetisch en aanmerkelijk waardevoller. Toen mijn moeder vier dagen voordat het Olympische bokstornooi startte overleed, wilde ik me terugtrekken. Maar nadat ik mijn vader had gehoord dat het haar laatste wens was geweest dat ik een gouden medaille zou winnen, was ik vastbesloten om die wens te vervullen.
Speaker AJa, en die Howard Davis Jr. was natuurlijk, even voor de luisteraars, één van de boxers van die Amerikaanse amateurploeg. Nou, dan vragen we ons natuurlijk af. Jij vertelde net Rick, drie dagen voordat die Spelen beginnen, overlijdt zijn moeder. De begavenis zal dan misschien wel plaatsvinden als die Spelen al zijn begonnen. En was Howard David Jr. daarbij? Nou ja, volgens de geschiedschrijving niet. Hij zegt, ik kon niet bij de begrafenis zijn. Maar die dag nam ik me voor dat ik de medaille zo dicht mogelijk bij haar zou begraven. Het stond al voor mij vast dat ik olympisch kampioen zou worden. En daar hou ik altijd van die zelfverzekerdheid. De 22-jarige Howard Edward Davids hield op een indrukwekkende manier woord. Want behalve met een gouden medaille werd deze lichtgewicht ook nog bekroond met de Barker Bokaal. Een onderscheiding voor de stilistisch beste bokser van het hele toernooi. En dat in een olympisch bokstoernooi dat nooit eerder naar zo'n hoog niveau reikte. Howard Davids, die reeds viermaal in zijn gewichtsklasse het belangrijkste Amerikaanse bokstournooi, de Golden Gloves, had gewonnen. Een prestatie die nooit eerder een amateur heeft gerealiseerd, imponeerde vooral in zijn Olympische finale. tegen de geroutineerde Europees kampioen de Roemeen Simeon Kutov. De techniek van de vlinderende Amerikaan was zo overweldigend dat hij onmiddellijk na zijn zegen een contract van Don King, ja dat is zo'n bekende naam, aangeboden kreeg om op 28 september in het Yankee Stadium in New York in het voorprogramma van het titelgevecht, en dan komt het, Mohammed Ali tegen Ken Norton als professional te debuteren. Ja natuurlijk een prachtig moment en een prachtige locatie voor je debuut. Maar niet alleen deze Howard Davis deed op de finaleavond in de Mary's Richard Arena de Amerikaanse borsten van trots tot een ongekende omvang zwellen. Nooit eerder behaalde Amerika op een Olympische Spelen in het Box de Monnooi zoveel medailles. In totaal waren het er zeven. Vijfmaal goud, eenmaal zilver, eenmaal brons. Nou, daar kan je mee thuiskomen, zou ik zeggen. En dat was natuurlijk in het buurland Canada, dus dat was allemaal live te aanschouwen voor het Amerikaanse publiek.
Speaker BIn 1952 trouwens, toen Floyd Pattinson deel uitmaakte van de Amerikaanse Olympische equipe, waren er trouwens ook vijf gouden medailles. Maar toen nog geen zilver en brons. Iedereen en daaronder vele experts, Max Smelling, Joe Louis, George Foreman en Archie Moore, Was het erover eens dat Amerika nog nooit zo'n keurkorps van boxers had afgevaardigd? Een gehalte dat uiteraard niet alleen door Davis werd bepaald. Ook van Michael en Leon Spinks, de eerste broers die ooit op één Olympische Spelen goud veroverden en Leo Randolph, zult u in de toekomst nog veel horen. Van één Amerikaanse goudwinnaar echter niet. De 20-jarige Ray Leonard, die in de finale van het Licht Weltergewicht de Cubaan Andrés Aldama drie ronden lang in een verbluffend tempo door de ring dreef en daarmee een unanieme jurybeoordeling, 5-0, kreeg toegewezen, over rationeel toegejuicht gevecht. Zo, nu boks ik nooit meer. Dat was een belofte aan mijn moeder en aanstaande vrouw. Een meisje dat ook in ieder gevecht met hem in de ring verscheen. Althans haar portret. Dat Roy als een uiterst originele Italisch man op één van zijn bokssokken had genaaid. Ik ga nu economie studeren. De gouden medaille was allang mijn einddoel. En die droom is nu vervuld.
Speaker AJa, en dat ze dus in hun bokshandschoen, Rick, een foto of iets dergelijks meenemen, dat geldt niet alleen voor die bokser die jij noemt, maar ook voor Sugar Ray Leonard. Die had een ernstige handblessure en die droeg een foto van zijn zoontje in zijn schoen als motivatie. En wat ook mooi is, maar daar komen we in het verhaal denk ik ook nog wel op, is dat er, als ik het goed heb geteld, drie Amerikanen zijn die tegen Cubanen in de finale moeten boksen. En dat vind ik altijd mooi, dat hebben we al vaker gezegd, dat landen hebben een traditie in een bepaald onderdeel van de Olympische Spelen. En Cuba associeer ik altijd met boksen. We gaan verder met het verhaal. Jij noemde die broers Spinks. Michael Spinks en zijn drie jaar oudere broer Leon, 20 en 23 jaar, zijn daarentegen nog lang niet uitgedroomd voor wat betreft de bokssuccessen. en vooral steeds vettere contracten. Deze twee in de sloppen van St. Louis geharde knapen hebben hun hele jeugd moeten sappelen om met hun nog drie andere broertjes en zuster, moeder Kay, die al jong weduw was, bij te springen in haar vaak grote financiële zorgen. Tot voor kort was Michael nog bordenwasser. En Leon is nog corporaal bij de mariniers. Een rang die hij verwierf door driemaal internationaal militair kampioen half zwaargewicht te worden. Geld voor een televisietoestel heeft Kees Pinks nooit gehad. Maar ze wilde, dus de moeder van die jongens, maar ze wilde toch wel erg graag haar twee jongens in Montreal in actie zien. Een buurvrouw leende haar wat geld voor een tweedehands toestel. Het gammele ding gaf na twee dagen al geen teken van leven meer. Een verslaggever van de St. Louis Post, Dispatch, zette het in zijn krant en op de finaleavond zat Kees Pinks in een nieuwe jurk op een van de duurste plaatsen in de Maurice Richard Arena. Ze was er dus live bij. Een met haar lot bewogen en blijkbaar niet slecht bij kas zittende stadgenoot had het bericht gelezen en de krant onmiddellijk opdracht gegeven om voor Kees Binks een geheel verzorgde reis met een nieuwe jurk en een plaatsbewijs voor de finaleavond van het bokstonooi te arrangeren. Ja, geweldig verhaal. Hij wilde absoluut anoniem blijven. Zij beleefde op zaterdag 31 juli 1976 Zoals ze zelf zei, de mooiste dag van haar leven. Veel mooier dan mijn huwelijksdag. Want toen hadden we niet eens geld voor bier. En ik was reeds acht maanden zwanger. Van even niet, twee jongens waarschijnlijk. Middengewicht Michael sloeg zijn Russische tegenstander Rufat riskief aan. Na 1 minuut 54 seconden in de derde ronde knock-out en Leon liet van de Cubaan, daar komt die Cubaan, Sixto Soria, niet veel heel en werd eveneens in de derde ronde winnaar door een knock-out. Moeder Kees Pinks zal zich ongetwijfeld binnenkort een punt gave kleuren televisie kunnen permitteren. Dat denk ik ook ja.
Speaker BVlieggericht Leo Randolph, de 18-jarige, de jongste parel uit deze rijke Amerikaanse boxcollectie, die de Cubaan Raymond Duvalon met zijn ratelende series Turelius maakte, niet één Amerikaan verloor trouwens van een Cubaan, denkt ook reeds aan een profcarrière. Hij weet in ieder geval nu reeds hoe hij zich moet verkopen. Bij zijn aankomst in het Olympisch dorp als 18-jarige was het eerste dat hij deed een poster ophangen met zijn bijna levensgrote beeltenis en de tekst Olympische Gouden Medaillewinnaar 1976. Hij had die poster op eigen kost te laten maken, maar de Olympisch kampioen die zich door een gevecht levenslang in wilde zou kunnen baden, mag niet eens aan een profcontract denken. Nooit eerder werd een zwaargewicht tweemaal achtereenvolgend olympisch kampioen. Maar de reeds in München onverslaanbare Theofilio Stevenson Jocht ditmaal ook in Montreal zijn vier tegenstanders genadeloos tegen het canvas. Er bestaat momenteel dan ook geen interessantere tegenstander voor Mohamed Ali dan dit 24-jarige boksfenomeen die met zijn overwinning in de finale op de Roemeen Michiel Simon zijn honderdste knock-out-overwinning behalde. Angelo Dundee, de zo doorgewinterde trainercoach van Ali, Boat Stevenson reed driemaal een bedrag van 4 miljoen voor een gevecht tegen de Loudmouth. Maar tot driemaal toe schudde de tweevoudig Olympisch kampioen in opdracht van zijn manager gedecideerd nee. Een zaakwaarnemer, die er overigens geen bezwaar tegen zou hebben als zijn paradepaardje na een gevecht met Ali zijn volledige honorarium zou schenken aan zijn vaderland. en in de ogen van het IOC toch amateur zou blijven om in 1980 een derde gouden medaille te veroveren. Teofilio Stevenson is namelijk ondanks zijn kracht niet meer dan een marionet, een slaafse hofdienaar van een man waar mij voor een Amerikaan nu eenmaal geen zaken valt te doen. Teofilio Stevenson is Cubaan en in dienst van Fidel Castro.
Speaker AOké, ja, die naam kennen we nog. Ja, Rick, geweldige ploeg, helemaal nog even te herhalen voor de boksliefhebbers. Sugar Lee, Renard, goud. Leon Spinks, goud. Michael Spinks, goud. Howard Davis Jr., goud. Leo Randolph, ook goud. Charles Mooney, zilver. En John Tate, de bronzen medaille. En wat ook mooi is om te vermelden is dat zowel Sugar Ray Leonard als de broers Spinks en John Tate later wereldkampioen werden bij de profs. Dus dat succes kwam niet zomaar uit de lucht vallen. En Spinksbroers werden zelfs de eerste broers die beide de wereldtitel bij de zwaargewichten veroverden. En wat je natuurlijk vaker ziet, zag je bijvoorbeeld ook een beetje bij het short tracken deze afgelopen winterspelen, is dat het succes in zo'n ploeg overslaat. Als de ene atleet ineens goud pakt en nog geen, dan worden degenen die daarachter zitten ook toch extra gemotiveerd. Dat is ook een bekend fenomeen, ik zal maar zeggen, uit de sportpsychologie. Dat het ene succes toch vaak het andere succes ook weer maakt. Nou, ik denk dat dus dit verhaal een prachtig verhaal is om dat boksen ook even neer te zetten. En ik denk dat wij zeker in de toekomst ook nog wel een van de bekendste Nederlandse boksers aan het woord gaan krijgen. Want we willen toch meer weten over die boksport. En die staat in Nederland met name natuurlijk in de belangstelling als olympische speler zijn, omdat we daar natuurlijk een paar keer succesvol zijn geweest. En dan zullen we ook eens even gaan navragen hoe het met het huidige boksen in Nederland staat. Dankjewel Rick.
Speaker BGraag gedaan.