In de desolate wildernis van de Duitse bergen tracht een misdadiger een nieuw leven te starten.
Speaker ADaar ontmoet hij een vrouw met een geheim zo duister dat zelfs haar stiefkinderen haar vrezen.
Speaker ADe Witte Wolf van het Harsgebergte van Captain Frederick Marriott verscheen voor het eerst als een verhaal in een verhaal in het boek The Phantom Ship uit 1839.
Speaker AToen ik een tiener was, was dit een van mijn favoriete griezelverhalen.
Speaker AVeel later leerde ik The Phantom Ship kennen, een boek over de legende van de Vliegende Hollander en een inspiratie voor mijn eigen gothic novel Blackwell.
Speaker AWelkom in het Middernachtarchief.
Speaker ADwaal met me mee door het Middernachtarchief, waar ik mijn favoriete griezelverhalen voor u bewaar.
Speaker AIk ben K.R.
Speaker AValgaren, auteur van onder andere de gothic novels De Ziener, Blackwell, Engelenlust en Salve Mater.
Speaker AIn deze podcast lees ik u iedere maand een klassiek verhaal uit de Griezel-literatuur voor.
Speaker AHet is middernacht.
Speaker ATijd voor De Witte Wolf van het Harsgebergte, van Frederick Marriott.
Speaker AVoor de middag waren Philip en Kranz aan boord gegaan en met hun boot vertrokken.
Speaker AHet sturen kostte geen moeite.
Speaker AOverdag waren de eilanden en s'nachts de heldere sterren hun kompas.
Speaker AZij volgden eigenlijk niet de kortste weg, maar wel de meer veilige.
Speaker AZij zochten kalm water en stuurden meer noord dan westwaards.
Speaker ADikwijls werden zij achtervolgd door de Malaise prouwen, die de eilanden onveilig maakten, maar de snelheid van hun boot was hun redding.
Speaker AZodra de zeerovers zagen hoe klein het scheepje was, gaven zij de jacht op, want zij verwachten niet dat er eniger lei buiten te behalen viel.
Speaker AOp een morgen, toen zij tussen de eilanden voeren, met wat minder wind dan gewoonlijk, zei Philip, Krans, je zei dat er gebeurtenissen in jouw leven zijn geweest, of in verband hiermee, die het geheimzinnige verhaal dat ik je toevertrouwde zouden bevestigen.
Speaker AZou je me nu willen vertellen waarop je doelde?
Speaker AZeker, antwoordde Krans.
Speaker AIk was het al zo lang van plan, maar door de omstandigheden is het er nooit van gekomen.
Speaker ANu is dit een geschikte gelegenheid.
Speaker AMaak je daarom gereed om naar een vreemd verhaal te luisteren, bijna net zo vreemd misschien als dat van jou.
Speaker AJe hebt natuurlijk wel eens over de harshoren spreken, zei Krans.
Speaker AVoor zover ik me kan herinneren heb ik er nog nooit iemand over horen spreken, antwoordde Philip.
Speaker AMaar ik heb er in een boek over gelezen en over de vreemde dingen die er gebeurd zijn.
Speaker AHet is wat men noemt een woeste streek, zei Kranz.
Speaker AEn er worden veel wonderlijke verhalen over verteld, maar hoe vreemd ze ook zijn, ik heb alle reden om te geloven dat ze waar zijn.
Speaker AMijn vader was niet geboren in het Hartsgebergte en woonde daar aanvankelijk ook niet.
Speaker AHij was de slaaf van een Hongaarse edelman die grote bezittingen had in Transylvanië.
Speaker AMaar hoewel hij slaaf was, was hij helemaal geen arm of ongeletterd man.
Speaker AHij was inderdaad rijk en hij was zo verstandig en fatsoenlijk dat zijn heer hem tot rentemeester benoemde.
Speaker AMaar wie toevallig als slaaf geboren is, moet ook slaaf blijven, zelfs al wordt hij schatrijk.
Speaker AEn met mijn vader was dat ook het geval.
Speaker AHij was ongeveer vijf jaar getrouwd en kreeg drie kinderen.
Speaker AMijn oudste broer Cesar, mijzelf, Herman en een zuster, Marcella genaamd.
Speaker AJe weet misschien, Philip, dat er in dat land nog Latijn wordt gesproken.
Speaker ADat verklaart onze hoogdravende namen.
Speaker AMijn moeder was een heel mooie vrouw, maar ongelukkig genoeg niet bepaald deugdzaam.
Speaker ADe heer van het land zag en bewonderde haar.
Speaker AMijn vader werd weggestuurd met de een of andere opdracht.
Speaker AMijn moeder was gevleid door de attenties van deze edelman en werd gewonnen door zijn aandringen, en gedurende mijn vaders afwezigheid gaf zij toe aan zijn wensen.
Speaker AToevallig kwam mijn vader zeer onverwacht terug en ontdekte de amourette.
Speaker AHet bewijs voor mijn moeders schande was geleverd.
Speaker AHij verraste haar in het bijzijn van haar verleider.
Speaker AMeegesleept door de heftigheid van zijn gevoelens wachtte hij tot zij weer een rendezvous hadden en vermoordde toen zowel zijn vrouw als haar verleider.
Speaker AHij wist heel goed dat de wijze waarop hij was behandeld en niet als rechtvaardiging voor zijn handelswijze zou worden beschouwd, omdat hij slaaf was.
Speaker AHaastig verzamelde hij al het geld dat hij kon krijgen en daar het hartje winter was, spande hij zijn paarden voor de slede, nam zijn kinderen mee en vertrok in het holst van de nacht.
Speaker AHij was er zich van bewust dat hij achtervolgd zou worden en dat hij geen kans had om te ontsnappen, als hij in zijn geboorteland bleef waar het gerecht hem kon achterhalen.
Speaker AHij zette dus zijn vlucht zonder onderbreking voort, totdat hij zich geheel kon schuilhouden in de eenzaamheid van het Harsgebergte.
Speaker AAlles wat ik je nu vertel heb ik natuurlijk pas later gehoord.
Speaker AMijn oudste herinneringen zijn verbonden aan een eenvoudig maar toch riefelijk huisje waar ik woonde met mijn vader, broer en zuster.
Speaker AHet lag op de grens van een van die uitgestrekte wouden die het noorderlijk deel van Duitsland bedekken.
Speaker AOm het huis lag een stuk grond dat mijn vader in de zomermaanden bebouwde en, ofschoon de oogst die het opleverde, niet erg groot was, was het voldoende voor onze behoefte.
Speaker AIn de winter bleven wij veel in huis, want als mijn vader op jacht ging, bleven wij alleen achter en in dat seizoen zwierven de wolven voortdurend rond.
Speaker AMijn vader had het huisje en het land eromheen gekocht van een van de ruwe bosbewoners.
Speaker ADeze voorzienen hun levensonderhoud gedeeltelijk door de jacht en gedeeltelijk door houtskool te branden om het erts uit de naburige mijnen te smelten.
Speaker AHet lag drie kilometer verwijderd van welke andere woning ook.
Speaker AIk kan me nu het hele landschap weer voor de geest halen.
Speaker ADe hoge dennenbomen die zich verhieven op de berg boven ons en het wijde uitgestrekte bos onder ons.
Speaker AVanuit ons huisje keken wij neer op de toppen van die bomen, terwijl de berg stijl daalde naar het afgelegen dal.
Speaker AIn de zomer was het uitzicht prachtig, maar gedurende de strenge winter kon je je nauwelijks een desolaterschouwspel voorstellen.
Speaker ASwinters ging mijn vader vaak op jacht.
Speaker AIedere dag liet hij ons alleen en dikwijls deed hij de deur op slot, zodat wij het huis niet konden verlaten.
Speaker AHij had niemand om hem te helpen of om op ons te passen.
Speaker AHet was inderdaad niet gemakkelijk om een vrouwelijke bediende te vinden die in zo'n eenzaamheid zou willen leven.
Speaker AMaar, zo hij er één had kunnen vinden, dan had mijn vader haar toch niet willen hebben.
Speaker Awant hij had een afschuw van vrouwen gekregen, zoals ook wel duidelijk bleek uit het verschil waarmee hij ons, zijn twee jongens, en mijn arme kleine zusje, Marcella, behandelde.
Speaker AJe begrijpt wel dat wij op een droevige manier verwaarloost werden.
Speaker AWe leden inderdaad zeer, want mijn vader, bevreesd dat ons iets kwaad zou overkomen, stond niet toe dat er zich brandstof in het huis bevond als hij weg was.
Speaker AWe moesten daarom onder de hoop berenhuiden kruipen en ons daar zo goed mogelijk warm houden, totdat hij s'avonds thuis kwam, en dan pas genoten we van een helder brandend vuur.
Speaker AJe verbaasde er misschien over dat mijn vader dit rusteloze leven verkoos, maar hij kon niet kalm thuis blijven.
Speaker AHij was nooit gelukkig, tenzij hij ergens mee bezig was.
Speaker AWaarschijnlijk als gevolg van het brauw dat hij een moord had begaan.
Speaker Aof van zijn veranderde levensomstandigheden.
Speaker AKinderen echter, die zozeer aan zichzelf worden overgelaten, krijgen al gauw iets ouwelijks.
Speaker AZo ging het ook met ons.
Speaker AGedurende de lange koude winterdagen zaten we zwijgend te verlangen naar de gelukkige uren, als de sneeuw zou smelten, de knoppen zouden openbarsten en de vogels zouden gaan zingen, wanneer we weer vrij zouden zijn.
Speaker AZo was ons eigenaardig wild bestaan.
Speaker ATotdat mijn broer César negen en ikzelf zeven en mijn zusje vijf jaar oud was.
Speaker AToen gebeurde er iets waarop het vreemde verhaal dat ik je nu zal vertellen is gebaseerd.
Speaker AOp een avond kwam mijn vader wat later thuis dan gewoonlijk.
Speaker AHij had niets geschoten.
Speaker AHet was heel koud en de sneeuw lag hoog.
Speaker AHij had het niet alleen koud, maar hij was ook in een bar slecht humeur.
Speaker AHij had hout binnengebracht en wij hielpen alle drie met het aanmaken van het vuur totdat hij de arme kleine Marcella bij de arm greep en ruw opzij duwde.
Speaker AHet kind viel op haar mondje en bloedde hevig.
Speaker AMijn broer liep naar haar toe om haar op te beuren.
Speaker AOmdat ze bang was voor mijn vader en gewoonlijk slecht behandeld werd, durfde zij niet te huilen.
Speaker AZe keek hem alleen maar bedroefd aan.
Speaker AMijn vader trok zijn kruk dichter bij de haard, mompelde iets lelijks over vrouwen en hield zich weer bezig met het vuur dat mijn broer en ik in de steek hadden gelaten, toen ons zusje zo kwalijk bejegend werd.
Speaker AEen helder brandend vuur was al spoedig het resultaat van zijn inspanningen, maar wij schaarden ons niet als gewoonlijk eromheen.
Speaker AMarcella, die nog steeds bloedde, hield zich schuil in een hoekje, en mijn broer en ik gingen naast haar zitten, terwijl mijn vader dicht bij de haard zat, somber en eenzaam.
Speaker AZo hadden we ongeveer een half uur gezeten, toen we het gehuil van een wolf vlak onder het raam van ons huisje hoorden.
Speaker AMijn vader stond dadelijk op en greep zijn geweer.
Speaker AHet huilen herhaalde zich.
Speaker AHij keek of het geweer geladen was, verlie toen het huis en sloot de deur achter zich.
Speaker AWij zaten alle drie angstig luisterend te wachten, want we dachten dat hij in een beter humeur zou terugkomen als hij erin slaagde de wolf te doden.
Speaker AOf schoon hij hard was voor ons, en vooral voor ons zusje, hielden wij toch wel van hem en vonden het prettig als hij vrolijk en gelukkig was.
Speaker AWat bezaten wij verder in de wereld?
Speaker AEn ik kan er meteen bij zeggen dat er misschien nooit drie kinderen op de wereld zijn geweest die meer van elkaar hielden.
Speaker AWe kibbelden nooit, zoals andere kinderen.
Speaker AEn als mijn oudste broer en ik soms eens ruzie hadden, dan kwam de kleine Marcella naar ons toe en met een kus stichtte ze weer vrede tussen ons.
Speaker AMarcella was een lief, aanvallig kind.
Speaker AIk kan mij haar mooie gezichtje zelfs nu nog duidelijk herinneren.
Speaker AHelaas.
Speaker AArme, kleine Marcella.
Speaker AIs ze dood?
Speaker AVroeg Philip.
Speaker AJazeker, dood.
Speaker AEn zoals ze is gestorven.
Speaker AMaar laat ik niet op mijn verhaal vooruitlopen, Philip.
Speaker AIk ga verder.
Speaker AWe wachten een poosje, maar we hoorden het geweer niet afgaan en toen zei mijn oudste broer, vader is de wolf gevolgd en zal nog wel niet gauw terugkomen, Marcella.
Speaker AWe zullen het bloed van je mondje vegen en dan gaan we bij de haard zitten om ons te warmen.
Speaker AWij zaten daar tot even voor twaalf en vroegen ons al dooraf waarom vader niet terugkwam.
Speaker AWij begrepen niet dat hij in gevaar kon verkeren, maar we dachten dat hij de wolf al die tijd najocht.
Speaker AIk ga eens kijken of vader er al aankomt, zei mijn broer Cesar, terwijl hij naar de deur liep.
Speaker APas op, zei Marcella, de wolven zwerven nu rond en wij kunnen ze niet doden.
Speaker AMijn broer opende de deur heel voorzichtig, slechts een paar centimeter, en duurde naar buiten.
Speaker AIk zie niets, zei hij na een poosje, en kwam weer bij de haard zitten.
Speaker AWij hebben nog geen eten gehad, zei ik, want mijn vader maakte gewoonlijk het eten klaar als hij thuiskwam.
Speaker AAls hij weg was, kregen we alleen maar de kliekjes van de vorige dag.
Speaker AEn als vader na de jacht thuiskomt, Caesar, zei Marcella, zal hij wel graag willen eten.
Speaker ALaten we voor hem en voor onszelf iets klaarmaken.
Speaker ACaesar klom op de kruk en haalde wat vlees van de plank.
Speaker AIk ben vergeten of het herten- of berenvlees was, maar we sneden de gewone hoeveelheid af en begonnen het klaar te maken, zoals we het onder vaders toezicht ook deden.
Speaker AWij waren druk bezig alles op de schalen te leggen voor de haard en wachten zijn komst af, toen we horendgeschal hoorden.
Speaker AWe luisterden.
Speaker AEr was enig gerucht buiten en even later kwam mijn vader binnen, gevolgd door een jonge vrouw en een grote donkere man in jachtkostuum.
Speaker AMisschien kan ik beter nu vertellen wat ik pas jaren later te weten kwam.
Speaker AToen mijn vader het huis verliet, zag hij een grote witte wolf in, ongeveer dertig meter voor zich uit.
Speaker AZodra het dier mijn vader zag, liep het langzaam achteruit, grommend en grauwend.
Speaker AMijn vader ging het achterna.
Speaker AHet tier liep niet hard, maar bleef altijd op enige afstand.
Speaker AVader wilde niet vuren, voordat hij tamelijk zeker wist dat de kogel doel zou treffen.
Speaker AZo gingen zij een tijdje door.
Speaker ANu eens liet de wolvin mijn vader ver achter zich, dan weer stond zij grommend stil.
Speaker AMaar als mijn vader dichterbij kwam, rende zij weer weg.
Speaker AHij wilde het dier erg graag schieten, want een witte wolf is zeer zeldzaam.
Speaker AMijn vader zette de achtervolging enige uren voort, waarbij hij steeds verder de berg beklom.
Speaker ANu moet je weten dat er eigenaardige plekken in die bergen zijn, waarvan beweerd wordt dat ze door boze geesten worden bewoond.
Speaker AZe zijn bekend bij de jagers, die ze altijd mijden.
Speaker AEen open ruimte in het dennenbos boven ons stond om die reden als gevaarlijk bekend.
Speaker ATwee dingen zijn mogelijk.
Speaker AOf hij hechtte geen geloof aan deze vreemde verhalen, of hij sloeg er geen acht op in het vuur van de jacht.
Speaker AHet is echter zeker dat de witte wolvin hem naar deze open plek lokte, want daar begon zij langzaam te lopen.
Speaker AMijn vader kwam tot vlak bij haar, hief zijn geweer naar zijn schouder en stond op punt te vuren, toen de wolvin plotseling verdween.
Speaker AHij dacht dat de sneeuw op de grond zijn oog had verblind en hij liet zijn geweer zakken om naar het dier te zoeken, maar het was verdwenen.
Speaker AHoe het over die open plek ontsnapt kon zijn, zonder dat hij het gezien had, begreep hij niet.
Speaker AZeer teleurgesteld dat hij de wolvin niet had kunnen doden, wilde hij juist teruggaan, toen hij in de verte het geluid van een horen hoorde.
Speaker AHij was zo verbaasd dit geluid op dit uur van de dag te horen in zulke wildernis, dat hij als aan de grond genageld bleef staan.
Speaker AEven later hoorde hij de horen nogmaals, maar wel veel dichterbij.
Speaker AMijn vader stond stil en luisterde.
Speaker AToen werd er voor de derde keer op de horen geblazen.
Speaker AIk ben het woord vergeten dat daar altijd voor gebruikt wordt, maar mijn vader wist dat dit teken te kennen gaf dat het gezelschap in het bos was verdwaald.
Speaker AEen paar minuten later zag mijn vader een man te paard met een vrouw die achter hem was gezeten de open plek binnenrijden.
Speaker AEerst dacht mijn vader aan de vreemde verhalen over de bovennatuurlijke wezens die, naar mijn zicht, deze bergen bewonen.
Speaker AMaar toen ze dichterbij kwamen, zag hij dat het gewone mensen waren, net als hij zelf.
Speaker AZodra zij vlak bij hem waren, sprak de man hem aan.
Speaker AVriend jager, jij bent nog laat buiten.
Speaker AHet is te beter voor ons.
Speaker AWij hebben ver gereden en vrezen voor ons leven, want men zoekt ons.
Speaker AIn deze bergen hebben wij aan onze achtervolgers kunnen ontsnappen, maar het zal ons weinig baden als wij geen schuilplaats en eten vinden.
Speaker ADan moeten wij immers sterven van honger en de barre koude.
Speaker AMijn dochter, die achter mij zit, is meer dood dan levend.
Speaker AKunt u ons helpen in onze ellende?
Speaker AMijn huisje ligt niet zo ver hier vandaan, antwoordde mijn vader.
Speaker AMaar ik kan u weinig aanbieden, behalve een beschutting tegen het weer.
Speaker AU zijt welkom in mijn moning.
Speaker AMag ik u vragen waar u vandaan komt?
Speaker AJa, vriend.
Speaker AHet is nu geen geheim meer.
Speaker AWij zijn uit Transylvanië ontsnapt, waar de eer van mijn dochter en mijn leven in gevaar waren.
Speaker ADeze mededeling was genoeg om enige belangstelling bij mijn vader te wekken.
Speaker AHij herinnerde zich zijn eigen ontsnapping.
Speaker AHij dacht eraan hoe zijn vrouw haar eer verloor en aan de tragedie waarmee dit alles geëindigd was.
Speaker ADadelijk en van ganser harte bood hij alle hulp aan waartoe hij in staat was.
Speaker AWe hebben geen tijd te verliezen, zei de ruiter.
Speaker AMijn dochter is geheel verkleumd en kan de strenge kou niet lang meer verdragen.
Speaker AZij kwam tot onder het raam van mijn huis, anders zou ik op dit uur van de nacht niet buiten zijn.
Speaker AHet dier liep vlak langs ons, juist toen we uit het bos kwamen, zei de vrouw op zangerige toon.
Speaker AIk had haast mijn geweer afgevuurd, zei de jager, maar nu ben ik blij dat ik het niet gedaan heb.
Speaker AHet dier heeft ons immers zo'n goede dienst bewezen.
Speaker AHet gezelschap kwam bij het huis aan nadat mijn vader ongeveer anderhalf uur stevig had doorgestapt en, zoals ik al zei, kwamen zij binnen.
Speaker AWe komen blijkbaar net op tijd, merkte de donkere jager op.
Speaker Adie het gebraden vlees rook terwijl hij naar de haard liep en mijn broer en zusje en mij bekeek.
Speaker AU heeft hier jonge koks heer.
Speaker A— Ik ben blij dat we niet behoeven te wachten, antwoordde mijn vader.
Speaker AKom, mevrouw, ga bij de haard zitten en verwarm u na uw koude rit.
Speaker ADat zal u ongetwijfeld goed doen.
Speaker A— En waar kan ik mijn paard stallen?
Speaker Avroeg de jager.
Speaker A— Daar zorg ik wel voor, antwoordde mijn vader terwijl hij de deur uitging.
Speaker ADe vrouw moeten wij in het bijzonder beschrijven.
Speaker AZij was jong, waarschijnlijk een jaar of twintig.
Speaker AZe was gekleed in een reismantel met een brede rand van wit bond en een hermelijne kap op het hoofd.
Speaker AIk vond haar heel mooi en mijn vader liet zich later ook in die geest uit.
Speaker AZij had glanzend, flasblond haar en haar iets wat grote mond toonde prachtige tanden.
Speaker AMaar er was iets in haar heldere ogen waarvoor wij, kinderen, bang waren.
Speaker AIn haar blik was iets ontwijkends, en ik zou niet kunnen uitleggen waarom, maar voor ons gevoel ook iets vreeds.
Speaker AToen zij ons wenkte naderbij te komen, deden wij dat met angst en beven.
Speaker AEn toch was ze zeer, zeer mooi.
Speaker AZe sprak vriendelijk tegen mijn broertje en mij, tikte ons op de wang en streelde ons.
Speaker AMaar Marcella wilde niet dichterbij komen.
Speaker AIntegendeel.
Speaker AZe verborg zich in bed en wilde niet op het avondeten wachten, waar ze een half uur geleden zo naar verlangd had.
Speaker AMijn vader, die het paard in het gesloten schuurtje had gezet, kwam spoedig terug en het avondeten werd op tafel gezet.
Speaker AToen dit was afgelopen, vroeg mijn vader aan de jonge vrouw of zij in zijn bed wilde slapen.
Speaker ADan zou hij met haar vader blijven opzitten bij de haard.
Speaker ANa enige aarzeling stemden zij hiermee in en mijn broertje en ik kropen in het andere bed bij Marcella, want wij hadden tot nu toe altijd samen geslapen.
Speaker AMaar we konden de slaap niet vatten.
Speaker AVreemde mensen zien was voor ons al iets ongewoons, maar dat deze mensen nu ook nog in ons huis liepen, maakte ons geheel van streek.
Speaker AArme kleine Marcella hield zich rustig, maar ik merkte dat ze de gehele nacht lag te trillen en soms meende ik dat zij ingehouden snikte.
Speaker AMijn vader had wat sterke drank uit de kast gehaald, die hij zelden aansprak, en hij en de vreemde jager bleven drinken en praten voor het vuur.
Speaker AOnze nieuwsgierigheid was dusdanig opgewekt dat wij het zachtste gefluister nog konden horen.
Speaker A— U komt uit Transylvanië, niet waar?
Speaker Avroeg mijn vader.
Speaker A— Zeker, heer, antwoordde de jager.
Speaker AIk was slaaf in een adelijke familie.
Speaker AMijn meester wilde dat ik mijn mooie dochter aan hem schonk.
Speaker AHet eindigde ermee dat hij kennis maakte met mijn jachtmes.
Speaker ADan zijn wij landgenoten en broeders in het ongeluk, antwoordde mijn vader, terwijl hij de hand van de jager greep en die hartelijk drukte.
Speaker AZo?
Speaker AKomt u dan ook uit dat land?
Speaker AJa, en ik ben ook voor mijn leven gevlucht.
Speaker ADat is maar een droevige geschiedenis.
Speaker AHoe heet u?
Speaker Avroeg de jager.
Speaker AKrant.
Speaker AWat?
Speaker AKrans van...
Speaker AIk ken uw geschiedenis.
Speaker AHet is niet nodig mij die te vertellen.
Speaker AWees van harte welkom, mijn waardebloedverwand.
Speaker ADan ben ik uw achterneef.
Speaker AWilfred van Barnsdorf, riep de jager uit, terwijl hij opstond en mijn vader omhelstde.
Speaker AZij vulde hun hoornen kroezen tot de rand en dronken elkaar doortoe op Duitse wijze.
Speaker AHet gesprek werd toen op zachte toon voortgezet.
Speaker AWe konden eruit opmaken dat onze nieuwe bloedverwand en zijn dochter voorlopig hun intrek bij ons zouden nemen.
Speaker ANa ongeveer een uur leunden zij beide achterover in hun stoel en schenen te slapen.
Speaker AHeb je het gehoord, Marcella, zei mijn broer, verluisterend.
Speaker AJa, antwoordde Marcella, ik hoorde alles.
Speaker AIk durf die vrouw niet aan te kijken, ik ben zo bang.
Speaker AMijn broer antwoordde niet en kort daarop waren we alle drie vast in slaap.
Speaker AToen we de volgende morgen wakker werden, zagen wij dat de dochter van de jager voor ons was opgestaan.
Speaker AIk vond haar mooier dan ooit.
Speaker AZe kwam naar de kleine Marcella toe en streelde haar.
Speaker AHet kind barste in tranen uit en snikte alsof haar hartje zou breken.
Speaker AMaar ik wil je niet te lang ophouden.
Speaker ADe jager en zijn dochter namen hun intrek bij ons.
Speaker AMijn vader en hij gingen iedere dag op jacht en Christina bleef bij ons.
Speaker AZij deed al het huishoudelijke werk en was heel lief voor ons en langzamerhand verminderde zelfs de afkeer van de kleine Marcella.
Speaker AMaar een grote verandering vond plaats bij mijn vader.
Speaker AHij scheen zijn afkeer voor vrouwen te hebben overwonnen en was zeer atent voor Christina.
Speaker ADikwijls als haar vader en wij in bed waren, bleef hij met haar opzitten en ze spraken zachtjes bij de haard.
Speaker AIk had erbij moeten zeggen dat mijn vader en de jager Wilfred in een ander gedeelte van het huis liepen en dat het bed waarin hij vroeger lag en dat in dezelfde kamer stond als het onze, door Christina werd gebruikt.
Speaker AOp een avond, toen deze bezoekers ongeveer drie weken bij ons waren en toen wij naar bed waren gestuurd, werd er druk beraadslaagd.
Speaker AMijn vader had Christina ten huwelijk gevraagd en had haar toestemming, en die van Wilfred, gekregen.
Speaker ADaarna had een gesprek plaats dat, voor zover ik me kan herinneren, als volgt luidde.
Speaker AU kunt mijn kind krijgen, heer Krans, met mijn zegen.
Speaker AIk zal u verlaten en een andere woning zoeken.
Speaker AHet doet er niet toe waar.
Speaker AWaarom blijf je niet hier, Wilfred?
Speaker ANee, nee, ik moet ergens anders heen.
Speaker ALaat je dit voldoende zijn en vraag niet meer.
Speaker AJij krijgt mijn kind.
Speaker ADaarvoor dank ik u en ik zal haar in ere houden.
Speaker AMaar er is één moeilijkheid.
Speaker AIk weet wat je zeggen wilt.
Speaker AEr is geen priester hier in dit woeste land en geen wet om het huwelijk te sluiten.
Speaker AToch zou ik graag zien dat er een kleine plechtigheid plaatsvond.
Speaker AWil je erin toestemmen haar op mijn manier te trouwen?
Speaker ADan zal ik daar dadelijk toe overgaan." Zeker?" antwoordde mijn vader.
Speaker ANeem haar dan bij de hand en zweer." Ik zweer," herhaalde mijn vader.
Speaker Abij al de geesten van het harsgebergte?
Speaker ANee, waarom niet bij God?
Speaker Aviel mijn vader hem in de reden.
Speaker AOmdat ik daar niets voor voel, antwoordde Wilfred.
Speaker AAls ik de voorkeur geef aan deze eed, minder bindend misschien dan een andere, dan zul je daar toch zeker niets op tegen hebben.
Speaker ANu, goed dan, doe zoals je wilt.
Speaker AWil je mij laten zweren bij iets waarin ik niet geloof?
Speaker AVele doen het, die naar de uiterlijke schijn Christen zijn, antwoordde Wilfred.
Speaker AWil je haar trouwen, of zal ik haar weer meenemen?
Speaker AIk ga verder, antwoordde mijn vader ongeduldig.
Speaker AIk zweer bij alle geesten van het Hartsgebergte, bij al hun macht, ten goede of ten kwade, dat ik Christina neem tot echtgenote, dat ik haar altijd zal beschermen en liefhebben, dat ik mijn hand nooit tegen haar zal opheffen.
Speaker AMijn vader herhaalde Wilfred's woorden.
Speaker AEn als ik deze eed niet nakom, mogen dan de wraak van alle geesten op mij en mijn kinderen neerdalen.
Speaker AMogen zij omkomen door de gier, de wolf of andere beesten van het woud.
Speaker AMogen hun het vlees van het lichaam worden gescheurd en hun gebeenten verbleken in de wildernis.
Speaker ADit alles zweer ik.
Speaker AMijn vader aarzelde toen hij de laatste woorden herhaalde.
Speaker ADe kleine Marcella kon zich niet bedwingen en toen mijn vader de laatste zin uitsprak, barstte zij in tranen uit.
Speaker ADeze laatste onderbreking scheen hen alle van hun stuk te brengen, vooral mijn vader.
Speaker AHij sprak harde woorden tegen het kind, dat haar snikken bedwong en haar gezichtje in het beddegoed verborg.
Speaker AZo was het tweede huwelijk van mijn vader.
Speaker ADe volgende ochtend besteeg Wilfred zijn paard en reed weg.
Speaker AMijn vader sliep in het bed dat in dezelfde kamer stond als het onze.
Speaker AAlles ging zijn gewone gang, zoals voor het huwelijk, behalve dat onze stiefmoeder niet erg aardig tegen ons was.
Speaker AAls mijn vader afwezig was, sloeg zij ons dekkels, vooral de kleine Marcella, en haar ogen schitterden als ze naar het mooie blonde kind keek.
Speaker AOp een nacht maakte mijn zusje mij en mijn broer wakker.
Speaker A—Wat is er?
Speaker Avroeg Caesar.
Speaker A—Ze is uitgegaan, fluisterde Marcella.
Speaker AUitgegaan?
Speaker AJa, de deur uitgegaan, in haar nachthemd, antwoordde het kind.
Speaker AIk zag haar uit bed stappen, naar vader kijken om te zien of hij sliep, en toen ging ze de deur uit.
Speaker AWe begrepen niet wat haar ertoe bracht uit bed te gaan en geheel ongekleed naar buiten te lopen in die bittere kou en met de hoogliggende sneeuw.
Speaker AWe lagen wakker en na ongeveer een uur hoorden wij het grommen van een wolf, vlak onder het raam.
Speaker A— Daar is een wolf, zei Caesar.
Speaker AZij wordt verscheurd.
Speaker A— O nee, riep Marcella uit.
Speaker ANa enige minuten kwam onze stiefmoeder terug.
Speaker AZij was in haar nachthemd zoals Marcella had gezegd.
Speaker AZe kwam geruisloos binnen, ging naar een emmer water en waste haar gezicht en handen en stapte toen weer in bed naast mijn vader.
Speaker AWe wisten nauwelijks waarom we alle drie beefden, maar we besloten de volgende nacht wakker te blijven.
Speaker AZo gezegd, zo gedaan, en niet alleen de volgende nacht, maar ook nog vele daarna, stond mijn stiefmoeder altijd op hetzelfde uur op en verliet het huis.
Speaker AAls zij weg was, hoorden wij altijd het grommen van een wolf onder het raam, en als ze terugkwam, wasten ze zich altijd voor zij weer naar bed ging.
Speaker AWe werkten ook op dat zij zelden aan de maaltijden deelnam, en als zij dat wel deed, dan scheen het haar niet goed te smaken.
Speaker AAls we echter het vlees haalden om het klaar te maken voor ons middagmaal, stak ze dikwijls stiekem een rauw stuk vlees in haar mond.
Speaker AMijn broer Cesar was een dappere jongen en hij wilde er niet met vader over praten voor hij meer wist.
Speaker AHij besloot haar naar buiten te volgen om te zien wat zij deed.
Speaker AMarcella en ik probeerden hem van het plan af te brengen, maar hij wilde daar niet naar luisteren.
Speaker ADe volgende nacht ging hij gekleed naar bed en zodra onze stiefmoeder het huis had verlaten sprong hij op, nam mijn vaders geweer en volgde haar.
Speaker AJe kunt je voorstellen in wat een ondraaglijke spanning Marcella en ik achterbleven.
Speaker AEnkele ogenblikken later hoorden wij een geweerschot.
Speaker AMijn vader werd er niet wakker van, maar wij lagen ter rille van angst.
Speaker AKort daarop kwam onze stiefmoeder het huis binnen.
Speaker AHaar kleding was met bloed bevlekt.
Speaker AIk legde mijn hand op Marcella's mond om haar het schreeuwen te beletten, ofschoon ik zelf erg geschrokken was.
Speaker AOnze stiefmoeder liep naar het bed van mijn vader, keek of hij sliep en ging toe naar de haard om de gloeiende as nieuw leven in te blazen.
Speaker A— Wie is daar?
Speaker Azei mijn vader, die wakker werd.
Speaker A— Blijf maar rustig liggen, antwoordde mijn stiefmoeder.
Speaker AIk ben het maar.
Speaker AIk heb het vuur aangemaakt om het water warm te maken.
Speaker AIk voelde me niet erg goed.
Speaker AMijn vader keerde zich om en sliep spoedig weer in, maar wij keken naar onze stiefmoeder.
Speaker AZe trok andere kleren aan en gooide het goed dat ze gedragen had op het vuur.
Speaker AToen zagen wij dat haar rechterbeen hevig bloedde, als van een schotwond.
Speaker AZe verbond het been, klede zich aan en bleef voor het vuur zitten tot het aanbreken van de dag.
Speaker AHet hartje van de arme kleine Marcella klopte hevig toen ze zich tegen mij aandrukte en het mijne ook.
Speaker AWaar was César?
Speaker AMijn stiefmoeder kon slechts gewond zijn door zijn geweer.
Speaker ADe lange leste stond mijn vader op en toen kon ik eindelijk iets zeggen.
Speaker AVader, waar is César?
Speaker AJe broer, riep hij uit.
Speaker AWaar zou hij kunnen zijn?
Speaker AGenadige hemel, zei onze stiefmoeder.
Speaker AIk kon vannacht niet erg goed slapen en toen dacht ik dat ik iemand de deur hoorde openen.
Speaker AEn grote hemel, man, waar is je geweer gebleven?
Speaker AMijn vader keek boven de schouw en zag dat zijn geweer weg was.
Speaker AEven keek hij zeer verwonderd.
Speaker AToen greep hij een zware buil en zonder nog een woord te zeggen liep hij het huis uit.
Speaker AHij bleef niet lang weg.
Speaker AEen paar minuten later kwam hij terug en troeg in zijn armen het vermengde lichaam van mijn arme broer.
Speaker AHij legde het neer en spreidde een doek over het gezicht.
Speaker AMijn stiefmoeder stond op en keek naar het lijkje, terwijl Marcella en ik ons snikkend op de grond wierpen.
Speaker A— Ga weer naar bed, kinderen, zei ze luid.
Speaker A— Man, vervolgde ze.
Speaker A— Je jongen heeft zeker het geweer genomen om een wolf te schieten, en die was sterker dan hij.
Speaker A— Arme jongen, hij heeft zijn roekeloosheid duur betaald.
Speaker AMijn vader antwoordde niet.
Speaker AIk wilde spreken, alles vertellen, maar Marcella, die zag wat ik van plan was, greed me bij de arm en keek me zo smekend aan dat ik er vanaf zag.
Speaker AMijn vader bleef dus bij zijn misvatting, want of schoon Marcella en ik het niet geheel konden begrijpen, beseften wij toch dat onze stiefmoeder iets had uit te staan met de dood van mijn broer.
Speaker AVader ging die dag naar buiten, groevend graf en toen hij het lijkje erin had gelegd stapelde hij er stenen bovenop, opdat de wolven het niet zouden kunnen opgraven.
Speaker ADit ongeluk had hem zeer diep geschokt.
Speaker AVerscheidene dagen ging hij niet op jacht en zwoer dat hij zich zou wreken op de wolven.
Speaker AGedurende deze periode van grote troefheid zette mijn stiefmoeder haar nachtelijke omzwervingen met dezelfde regelmaat voort.
Speaker AEindelijk nam mijn vader zijn geweer weer ter hand om naar het bos te gaan.
Speaker AMaar al spoedig kwam hij woedend weer terug.
Speaker AHet is niet te geloven, Christina, maar de wolven hebben kans gezien het lichaam van mijn arme jongen op te graven en nu ligt er nog alleen maar zijn geraamte.
Speaker AGods vloek over hen allen." Zo antwoordde mijn stiefmoeder.
Speaker AMarcella keek naar mij en in haar verstandige blik las ik alles wat ze had willen zeggen.
Speaker AIedere nacht gromt er een wolf onder ons raam, vader, zei ik.
Speaker AZo.
Speaker AWaarom heb je me dat niet eerder verteld, jongen?
Speaker AMaak me dadelijk wakker als je het weer hoort.
Speaker AIk zag hoe mijn stiefmoeder zich afwendde, haar ogen scholten vuur en ze knarsen tanden.
Speaker AVader ging weer naar buiten en bedekte wat er nog van mijn arme broer over was gebleven met een nog grotere stapel stenen.
Speaker ADit was de eerste akte van het treurspel.
Speaker AHet werd nu lente, de sneeuw verdween en wij mochten weer het huis uit.
Speaker AMaar geen ogenblik liet ik mijn zusje alleen, aan wie ik mij nog inniger had gehecht, zeder te dood van mijn broer.
Speaker AIk durfde haar niet alleen te laten met mijn stiefmoeder, die er een bijzonder genoegen in scheen te scheppen het kind slecht te behandelen.
Speaker AMijn vader werkte nu op zijn boerderijtje en ik kon hem daarbij wat helpen.
Speaker AMarcella zat bij ons als wij aan het werk waren en mijn stiefmoeder bleef alleen thuis.
Speaker AToen het volop lente werd, verminderde mijn stiefmoeder haar nachtelijke tochten en nadat ik het mijn vader had verteld, hoorden wij nooit meer het grommen van de wolf onder het raam.
Speaker AEens, toen mijn vader en ik op het veld waren en Marcella bij ons was, kwam mijn stiefmoeder naar buiten en zei dat ze het bos in ging om wat kruiden te plukken, die mijn vader nodig had.
Speaker AMarcella moest thuis voor het eten zorgen.
Speaker AZij ging weg en mijn stiefmoeder verdween al gauw in het bos, in een andere richting dan waar het huis stond, en liet mijn vader en mij, als het ware, achter op een plek tussen haar en Marcella.
Speaker AOngeveer een uur later schrokken wij op door gegil uit het huis.
Speaker AKlaar blijkelijk de kreten van Marcella.
Speaker AMarcella heeft zich verbrand, vader, zei ik, en wierp mijn schop neer.
Speaker AMijn vader gooide de zijnen ook neer en haastig liepen we naar huis.
Speaker AVoor we de deur bereikt hadden, rende een grote witte wolf naar buiten, die met grote snelheid vluchte.
Speaker AMijn vader had geen geweer.
Speaker AHij rende het huis binnen en vond daar Marcella, stervende.
Speaker AHaar lichaam was ontzettend vermengd en het bloed uit de wonden vormde een grote plas op de grond.
Speaker ADe eerste ingeving van mijn vader was zijn geweer te grijpen en de wolf achterna te gaan, maar dit afschuwelijke schouwspel hield hem tegen.
Speaker AHij knielde neer bij het stervende kind en barste insnikken uit.
Speaker AMarcella keek ons nog even aan en toen stierf zij.
Speaker AMijn vader en ik zaten nog bij het lijken van mijn arme zusje toen mijn stiefmoeder binnenkwam.
Speaker AZe was zeer begaan met wat er gebeurd was, maar ze schrok niet bij het zien van bloed zoals de meeste vrouwen zouden gedaan hebben.
Speaker AArm kind, zei ze.
Speaker AHet is zeker die grote witte wolf geweest die me daar net voorbij rende en mijn zoon schrik aan jou.
Speaker AZij is doodkrant.
Speaker AJa, dat weet ik wel, riep mijn vader smartelijk uit.
Speaker AIk dacht dat hij er nooit geheel bovenop zou komen na deze tweede tragedie.
Speaker AHij weende bitter bij het lijkje van het lieve kind en wilde het dagenlang niet begraven, ofschoon mijn stiefmoeder hem dikwijls verzocht had te doen.
Speaker AEindelijk gaf hij toe en maakte een graf voor haar dicht bij dat van mijn arme broer.
Speaker AHij trof iedere voorzorgsmaatregel op dat de wolven het lijkje niet zouden schenden.
Speaker AIk voelde me diep ongelukkig, alleen in het bed, dat ik vroeger gedeeld had met mijn broer en zuster.
Speaker AIk vermoedde dat mijn stiefmoeder op de een of andere wijze iets met hun dood had te maken, al begreep ik niet hoe.
Speaker AMaar ik was niet langer bang voor haar.
Speaker AMijn hart was alleen vol van haat en wraakgevoelens.
Speaker ADe nachten nadat mijn zusje begraven was, lag ik wakker en bemerkte dat mijn stiefmoeder opstond en naar buiten ging.
Speaker ANa korte tijd kleed ik me aan en keek naar buiten door de halfopen deur.
Speaker ADe maan scheen helder en de plek waar mijn broer en zuster begraven waren kon ik duidelijk zien.
Speaker AHoe afschuwelijk toen ik zag dat mijn stiefmoeder bezig was de stenen van Marcellas graf eraf te halen.
Speaker AZij was in haar witte nachthemd en de heldere maan bescheen haar.
Speaker AZij groef met haar handen en wierp de stenen achter zich met de woestheid van een wilddier.
Speaker AHet duurde even voor ik tot bezinning kwam en tot een besluit kon komen.
Speaker AWat zou ik doen?
Speaker AEindelijk zag ik dat ze het lichaam bereikt had en dat zij het neerlegde op de rand van het graf.
Speaker AToen kon ik het niet langer uithouden.
Speaker AIk rende naar mijn vader en maakte hem wakker.
Speaker AVader, vader, riep ik, kleed je aan en haal je geweer.
Speaker AWat, schreeuwde mijn vader, zijn er wolven?
Speaker AHij sprong uit bed en schoot zijn kleren aan en in zijn angst scheen hij de afwezigheid van zijn vrouw niet te bemerken.
Speaker AZodra hij klaar was, opende ik de deur.
Speaker AHij ging naar buiten en ik volgde hem.
Speaker ADaar hij niet voorbereid was op zo'n schouwspel, kon je zijn afgrijze voorstellen toen hij het graf naderde.
Speaker AHij zag daar geen wolf, maar zijn eigen vrouw in haar nachthemd, gehurkt bij het lichaam van mijn zuster, terwijl ze grote stukken van het vlees afscheurde en verslond met de begerigheid van een wolf.
Speaker AZe was te druk bezig om onze komst te bemerken.
Speaker AMijn vader liet zijn geweer vallen.
Speaker ADe haren rezen hem te bergen.
Speaker AHij haalde zwaar adem en het scheen hem toe of zijn hart zou stilstaan.
Speaker AIk kraapte het geweer op en gaf het hem weer terug.
Speaker APlotseling leek het of zijn grote woede hem dubbele kracht gaf.
Speaker AHij richtte zijn geweer, vuurde en met een luide gil viel het onmens dat hij tot zich had genomen neer.
Speaker AGod in de hemel, riep mijn vader uit en viel flauw, toen hij zijn geweer had afgeschoten.
Speaker AIk bleef bij hem tot hij weer bijkwam.
Speaker AWaar ben ik?
Speaker Azei hij.
Speaker AWat is er gebeurd?
Speaker AJa, ja, ik herinner het me.
Speaker AGod vergeve het mij.
Speaker AHij stond op en wij liepen naar het graf.
Speaker AHoe groot was onze verbazing en afgrijze toen wij in plaats van het dode lichaam van mijn stiefmoeder, zoals wij verwachten, een grote grijze wolf in zagen liggen.
Speaker A— De Witte Wolf, riep mijn vader uit.
Speaker ADe Witte Wolf, die mij het bos inlokte, nu begrijp ik alles.
Speaker AHet waren de geesten van het Harsgebergte.
Speaker AEnige tijd bleef mijn vader zwijgend in gedachten verzonken staan.
Speaker AToen nam hij voorzichtig het lichaam van mijn zuster op, legde het weer in het graf en bedekte het als tevoren.
Speaker ADaarna trapte hij op de kop van het dode dier met de hak van zijn laars en ging tekeer als een krankzinnige.
Speaker AHij liep naar ons huis terug, sloot de deur en wierp zich op het bed.
Speaker AIk volgde zijn voorbeeld, want ik was door het gebeurde nog geheel versuft.
Speaker ASmorgens vroeg werden wij allebei wakker door een luid kloppen op de deur en Wilfred de jager kwam naar binnen gerend.
Speaker A— Mijn dochter, man, mijn dochter, waar is mijn dochter?
Speaker A— riep hij woedend uit.
Speaker A— Waar die duivelin behoort te zijn, denk ik, antwoordde mijn vader, die even woedend uit bed sprong.
Speaker AWaar ze thuis hoort, in de hel.
Speaker AGa hier vandaan, of het zal je berouwen.
Speaker A— Haha, antwoordde de jager.
Speaker AZou jij een machtige geest van het Harsgebergte willen kwaad doen?
Speaker AArme sterveling, die met een wolvin moest trouwen.
Speaker ARuid, duivel, ik tart u en uw macht.
Speaker AToch zul je die ervaren.
Speaker ADenk aan je eet, je plechtige eet.
Speaker ANooit je hand tegen haar op te heffen om haar te treffen.
Speaker AIk sloot geen contract met kwade geesten.
Speaker ADat deed je wel.
Speaker AEn als ze je belofte niet zou nakomen, zouden die geesten zich op je wreken.
Speaker AJe kinderen zouden omkomen door de gier, de wolf, of...
Speaker AEruit!
Speaker AEruit, duivel!
Speaker AEn hun gebeenten verbleken in de wildernis.
Speaker AKrankzinnig van woede greep mijn vader zijn bijl en hief die boven Wilfreds hoofd om te slaan.
Speaker ADit alles zweer ik, vervolgde de jager spottend.
Speaker ADe pijl kwam neer, maar ging dwars door de gestalten van de jager heen.
Speaker AMijn vader verloor zijn evenwicht en viel met een slag op de grond.
Speaker ASterveling, zei de jager, die over mijn vaders lichaam heenliep.
Speaker AWij hebben slechts macht over hen die een moord begaan.
Speaker AJe bent schuldig geweest aan dubbele moord.
Speaker AJe zult de boete betalen die verbonden was aan je huwelijksgelofte.
Speaker ATwee van je kinderen zijn gestorven.
Speaker AHet derde moet nog volgen.
Speaker AEn zal hen volgen, want je eet staat neergeschreven.
Speaker AGa heen.
Speaker AHet zou louter goedheid zijn om je te doden.
Speaker AJe straf is te blijven leven.
Speaker Aen met deze woorden verdween de geest.
Speaker AMijn vader stond op, omhelste mij teder en knielde neer in gebed.
Speaker ADe volgende ochtend verliet hij het huisje voorgoed.
Speaker AHij nam hem mee en ging naar Holland, waar wij veilig aankwamen.
Speaker AHij had wat geld bij zich, maar hij was nog niet lang in Amsterdam of hij kreeg hersenkoorsts en stierf in een aanval van razernij.
Speaker AIk kwam in een weeshuis en daarna stuurde zij mij naar zee.
Speaker AJe kent mijn geschiedenis.
Speaker ADe kwestie is nu, zal ik nog moeten boeten voor mijn vaders eet?
Speaker AZelf ben ik er heilig van overtuigd dat dit op de een of andere wijze zal gebeuren.
Speaker AOp de 22ste dag was het hoogland van Zuid-Sumatra in zicht.
Speaker ADaar er geen schepen te zien waren, besloten zij door de straatste koersen naar Pulu Penang, dat zij in zeven of acht dagen dachten te bereiken, daar hun boot voor de wind voer.
Speaker ADoordat zij voortdurend aan het zonlicht waren blootgesteld, waren Philip en Krans nu zo gebruind, dat zij gemakkelijk voor inboorlingen hadden kunnen doorgaan met hun lange baarden en oosterse kleding.
Speaker AZij voeren al die dagen onder een brandende zon en sliepen in de kille atmosfeer van de nacht.
Speaker AMaar hun gezondheid leed er niet onder.
Speaker AVerscheidene dagen nadat hij zijn familiegeschiedenis aan Philip had toevertrouwd, bleef Kranz zwijgzaam en troefgeestig gestemd.
Speaker AZijn gewone opgewektheid was geheel verdwenen en Philip had hem dikwijls naar de oorzaak daarvan gevraagd.
Speaker AToen zij de Straits binnenvoeren, vroeg Philip wat zij zouden doen bij hun aankomst te Goa.
Speaker AKrant antwoordde ernstig.
Speaker AIk heb al enige dagen zo'n voorgevoel, Philip, dat ik die stad nooit zal zien.
Speaker AJe voelt je zeker niet goed, Krans, antwoordde Philip.
Speaker ANee, ik voel me best naar lichaam en geest.
Speaker AIk heb geprobeerd het voorgevoel van me af te zetten, maar tevergeefs.
Speaker AEen waarschuwende stem zegt me voortdurend dat ik niet lang meer bij je zal zijn.
Speaker AZou je iets voor me willen doen, Philip?
Speaker AIk heb nog goud bij mij dat voor jou van nut kan zijn.
Speaker ANeem jij het als je wilt.
Speaker ABij jou is het veilig.
Speaker AWat een onzin, Krans.
Speaker ADat is geen onzin, Philip.
Speaker AHeb jij nooit een voorgevoel gehad?
Speaker AWaarom ik dan niet?
Speaker AJe weet dat ik niet bang ben en dat de dood mij onverschillig laat, maar het voorgevoel waarover ik spreek, voel ik ieder uur sterker.
Speaker AJe voelt je niet goed en daarom verbeeld jij je dit krans.
Speaker AEr is geen reden voor dat jij, gezond en krachtig, niet rustig zou voortleven tot op hoge leeftijd.
Speaker AMorgen zul jij je beter voelen.
Speaker AMisschien, antwoordde Krans.
Speaker AMaar jij moet toch aan mijn grill toegeven en het goud meenemen.
Speaker AAls ik me vergis en we komen veilig aan, dan kun je het me teruggeven, Philip, zei Krans, met een flauwe glimlach.
Speaker AMaar je vergeet dat we haast geen water meer hebben en we moeten een beekje aan wal zoeken om nieuwe voorraad te krijgen.
Speaker ADaar dacht ik ook aan toen je dit onverkwikkelijke onderwerp aanroerde.
Speaker AWe zullen maar, voordat het donker wordt, naar water uitkijken en zodra we onze kruiken hebben gevuld, varen we weer verder.
Speaker AToen dit gesprek plaats had, waren ze aan de oostkant van de Straits, ongeveer veertig mijl naar het noorden.
Speaker AMeer naar het binnenland was de kust rotsig en bergachtig.
Speaker Amaar bij het strand vlak en afwisselend bos en wildernis.
Speaker AZij voeren tot dicht bij de mond van de beek en streken de zeilen, totdat zij zo dichtbij waren gekomen dat zij er zeker van waren dat het water fris was.
Speaker ADe kruiken waren spoedig gevuld en zij dachten erover weer af te varen.
Speaker AMaar, verlokt door de schoonheid van de plek en de koelte van het frisse water, en vermoeid door het lange stilzitten aan boord, besloten zij te gaan zwemmen, een weelde die niet op de juiste waarde geschat kan worden door hen die niet in dezelfde omstandigheden hebben verkeerd.
Speaker AZij deden hun kleren uit en storten zich in de stroom, en zwommen daar enige tijd rond.
Speaker AKrans kwam er het eerst uit.
Speaker AHij klaagde erover dat hij zich rillerig voelde en liep naar de oever waar zij hun kleren hadden neergelegd.
Speaker APhilip naderde ook het strand, vastbesloten hem te volgen.
Speaker AEn dit is een goede gelegenheid, Philip, zei Krans, om je het geld te geven.
Speaker AIk haal het uit mijn gordel en dan kun jij het in de jouwe doen voor je die aantrekt.
Speaker APhilip stond tot ongeveer zijn middel in het water.
Speaker ANu goed aan krans, zei hij, als je erop staat.
Speaker AIk vind het een belachelijk idee, maar jij zult je zin hebben.
Speaker APhilip kwam uit het water en ging naast krans zitten die de goudstukken reeds uit de plooien van zijn gordel schudde.
Speaker AEindelijk, zei hij, Ik geloof dat je ze nu allemaal hebt, Philip.
Speaker ADat geeft me een voldaan gevoel.
Speaker AIk begrijp niet wat voor gevaar er voor jou kan zijn, waaraan ook ik niet ben blootgesteld," antwoordde Philip.
Speaker AMaar nauwelijks had hij dit gezegd of hij hoorde een ontzettend gebrul.
Speaker AEen hevige windstoot wierp hem neer.
Speaker AEen luide kreet.
Speaker AEen geel, Philip krabbelde overeind en zag hoe het naakte lichaam van Kranz bliksemsnel door een enorme tijger de wildernis in werd gesleurd.
Speaker AHij keek met wijd open ogen.
Speaker AIn een paar seconden tijd waren Kranz en het dier verdwenen.
Speaker AGod in de hemel, had jij mij dit maar bespaard, riep Philip uit en wierp zich in grote smart op de grond.
Speaker AO Krans, mijn vriend, mijn broer, dat voorgevoel was maar al te waar.
Speaker AGenadige God het medelijden, uw wil geschieden.
Speaker AEn Philip barste in tranen uit.
Speaker AMeer dan een uur bleef hij op die plek onverschillig voor het gevaar dat hem omringde.
Speaker AEindelijk herstelde hij zich en stond op.
Speaker Akleedde zich aan en ging weer zitten, starend naar de kleren van krans en het goud dat nog op de grond lag.
Speaker AHij wilde mij het goud geven.
Speaker AHij voorspelde zijn noodlot.
Speaker AJa, het was zijn noodlot, en het is in vervulling gegaan.
Speaker AZijn benen zullen verbleken in de wildernis, en de jager en zijn dochter de wolvin zijn gevroken.
Speaker AU luisterde naar de witte wolf van het Harschgebergte van Frederick Marriott.
Speaker ADe ochtend nadert.
Speaker AHet Mitternachtarchief sluit haar deuren.
Speaker AVoor meer informatie over deze podcast en over mijn macabere thrillers verwijs ik u graag door naar krvalgaren.com.
Speaker AVergeet niet u op deze podcast te abonneren en laat gerust van u horen.
Speaker AMisschien heeft u zelfs een suggestie of een verhaal dat u horen wil.
Speaker ADat kan allemaal.
Speaker AIk ben K.R.
Speaker AValgaren.
Speaker ABedankt voor het luisteren en tot de volgende maand voor een nieuw bezoek aan het Middernachtarchief.